Kinderfysiotherapie

Wat is een kinderfysiotherapeut:

Een kinderfysiotherapeut heeft zich  gespecialiseerd in het bewegingsapparaat van kinderen in ontwikkeling en hun bewegend functioneren. De kinderfysiotherapeut observeert, onderzoekt en behandelt, maar geeft ook voorlichting en advies.
Door middel van onderzoek en gestandaardiseerde tests krijgt de kinderfysiotherpeut een volledig beeld van het motorisch niveau. De ouders, leerkrachten, huisarts, medisch specialist spelen hierbij een belangrijke rol. Zij geven ook informatie over hoe het kind zich onder verschillende omstandigheden gedraagt. De kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen en stelt een behandelplan op.

Kinderen leren bewegen

Iedereen heeft in zijn kinderjaren leren bewegen. Spelenderwijs ontwikkelen kinderen hun zintuigen en motoriek. Meestal gaat dat goed en bijna onopgemerkt. maar bij sommige kinderen duurt het langer of wijkt de ontwikkeling af van wat gebruikelijk is. Dat kan komen door een aandoening aan de zintuigen, organen, het zenuwstelsel, of het houdings- en bewegingsapparaat. Hierdoor kunnen kinderen te weinig motorische ervaring opdoen. Ze hebben meer oefening nodig om bepaalde vaardigheden onder de knie te krijgen, of zij moeten leren met minder mogelijkheden zo optimaal mogelijk verder te leven. Al deze kinderen kunnen baat hebben bij een behandeling door een kinderfysiotherapeut. De kinderfysiotherapeut is gespecialiseerd op het gebied van bewegend functioneren van kinderen en jeugdigen van 0 tot 18 jaar.

Signalen bij baby’s

Bij zuigelingen zijn er signalen die kunnen wijzen op motorische problemen. Bijvoorbeeld: passiviteit, lage spierspanning en weinig kracht, overstrekken, onrust, asymmetrie, moeite met houdingsveranderingen, eenzijdig bewegen. Ook chronische aandoeningen aan de luchtwegen, of veel huilen kunnen een aanwijzing zijn dat er iets aan de hand is. In veel gevallen zullen de artsen van het consultatiebureau/ Ouder Kind Centrum, de huisarts of schoolarts, kinderartsen en kinderneurologen een rol spelen bij het signaleren van dergelijke problemen.

Voorbeelden van indicaties bij de baby/peuter:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Asymmetrische zuigeling, voorkeurshouding
  • Huilbaby
  • Billenschuiver
  • Cerebrale parese
  • Syndroom van Down
  • Spina Bifida
  • Predysmature kind – te vroeg geborene
  • Plexus brachialis laesie ten gevolge van de bevalling

Jong aangeleerd

Jonge kinderen, die een verkeerde houding of motoriek aanleren, kunnen daar veel last van hebben. Lichamelijk, maar ook sociaal, omdat ze bijvoorbeeld moeite hebben met spelen op het schoolplein of in de gymles niet mee kunnen komen met leeftijdgenootjes. Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden, die je onder de knie moet krijgen. Het is soms gewoon nodig dat je daarbij wat hulp krijgt. Een kind dat ten gevolge van een ziekte of handicap in zijn bewegen beperkt is, kan leren omgaan met zijn beperkte mogelijkheden en leren op een aangepaste manier optimaal te bewegen.

Voorbeelden van indicaties bij het jonge kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Afwijkend looppatroon
  • Mentale retardatie
  • Cerebrale parese
  • Progressieve spierdystrofie
  • Lage of hoge spierspanning
  • Orthopedische afwijkingen
  • Aangeboren afwijkingen die de motoriek beinvloeden
  • Ademhalingsproblematiek
  • Jeugdreuma

Oudere kinderen

Oudere kinderen kunnen motorisch onhandig zijn of houterig bewegen, vaak hun evenwicht verliezen en veel uit hun handen laten vallen. Ook kan een kind angstig zijn om te bewegen, of een slechte of slappe lichaamshouding hebben. Een kind kan veel moeite hebben om stil te zitten, met schrijven of het tempo van de klas bij te benen. Soms maakt een kind veel bijbewegingen of lijkt het achter in zijn motorische ontwikkeling in vergelijking met leeftijdgenoten. Kortom, bewegingsproblemen kunnen veel invloed hebben op het welbevinden van een kind in het functioneren in een groep.

Voorbeelden van indicaties bij het oudere kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • DCD- Development Coordination Disorder
  • Mentale retardatie
  • Cerebrale Parese
  • Hersenletsel t.g.v. een ongeluk
  • Sensomotorische problemen
  • Schrijfproblemen
  • Houdingsproblemen
  • Ademhalingsproblematiek
  • ADHD en pervasieve ontwikkelingsstoornissen
  • Jeugdreuma

Samenwerking

Huisartsen, kinderartsen,-neurologen, revalidatieartsen, consultatiebureaus, jeugdartsen, paramedici zoals logopedisten, ergotherapeuten, psychologische dienstverlening zoals orthopedagogen, GZ-psychologen, Bureau jeugdzorg, MEE, MOC ’t Kabouterhuis-West, Verpleegkundig Kinderdagverblijf Zigzag-West,  en SBO de Hasselbraam

Sensorische integratie

Wat is sensomotorische integratie of sensorische integratie?
Wanneer we met onze zintuigen iets zien, voelen, ruiken, proeven of horen, noemen we dat waarnemen. Vaak is zo’n waarneming aanleiding voor ons om iets te doen of juist niet te doen. Maar ook bij dagelijkse activiteiten zoals eten en aankleden, maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen. De samenwerking tussen waarnemen en de activiteit die daarvan het gevolg is, wordt sensomotorische integratie genoemd. Kinderen maken hier bijvoorbeeld gebruik van bij het spelen.
Sensomotorische integratie speelt een belangrijke rol bij het waarschuwen voor gevaar, het richten van de aandacht en het opnemen van informatie.

Problemen met sensomotorische integratie?
Bij problemen met de sensomotorische integratie is het signaal van het tast- en evenwichtsgevoel te sterk of te zwak. Hierdoor reageren we alsof we in gevaar verkeren, terwijl dat niet zo is, of we geven deze zintuigprikkels te weinig aandacht, terwijl dat wel zou moeten. We richten onze aandacht op een verkeerde manier en merken onze eigen bewegingen onvoldoende op. Hierdoor gebruiken we de informatie uit onze spieren en gewrichten te weinig en ontstaan problemen met de concentratie en het leren van dingen.

– Het tastgevoel waarschuwt te snel voor gevaar: tactiele overgevoeligheid

Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: hun zintuigprikkels reageren hierop heel snel. Aangeraakt worden, op schoot zitten en knuffelen vinden deze kinderen niet prettig. Daarnaast zijn ze vaak heel kieskeurig wat betreft het eten, hun kleren, die ze al gauw ervaren als ‘kriebelig’. Ze staan ook kritisch tegenover het speelgoed waarmee ze spelen. Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.

– Het tastgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt: tactiele ondergevoeligheid

Hierbij merkt het kind nauwelijks dat het wordt aangeraakt, of dat het zelf iets aanraakt. De zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Hierdoor ‘bestuurt’ zo’n kind zijn eigen lichaam minder goed, waardoor het onhandig is en zich bijvoorbeeld gauw stoot. Zulke kinderen spelen juist wel graag met ‘vieze’ materialen zoals zand, klei en verf.

– Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar.

Een dergelijk kind is heel gevoelig voor bewogen worden. Zijn zintuigprikkels reageren bij de geringste beweging of verandering van houding. Bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes vindt hij niet prettig. Hierdoor komen deze kinderen wat angstig over en zijn zij meestal minder bewegelijk dan anderen.

– Het evenwichtsgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt.

Zo’n kind merkt te weinig wanneer het wordt bewogen. Zijn zintuigprikkels geven te weinig informatie door. Bewogen worden, schommelen, stoeien en andere wilde spelletjes zijn favoriet. Zulke kinderen zijn vaak echte waaghalzen en ze zijn voortdurend in beweging.

Problemen in de sensomotorische integratie worden gezien als een niet op een juiste manier gebruiken van vooral aanraking- en bewegingsprikkels, waardoor we onze bewegingen te weinig voelen, niet opletten wat we aan het doen zijn en moeilijk dingen leren.

Een behandeling kan bij veel kinderen en zelfs bij volwassenen met problemen met de sensomotorische integratie, tot succes leiden. Hiervoor is het noodzakelijk om het kind zodanig aan te raken en te bewegen dat hij die aanrakingen en bewegingen gaat gebruiken en het leuk gaat vinden. Het gebruik van deze prikkels zal dan tot veranderingen leiden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ariëtte Lengkeek of Margot de Boer.

a.lengkeek@fysioslotervaart.nl

m.deboer@fysioslotervaart.nl